Barbara Rodenburg-Geertsema: ‘mijn nieuwe droom’

by Life Impact Company

Barbara Rodenburg-Geertsema: ‘mijn nieuwe droom’

by Life Impact Company

by Life Impact Company

Ik ben opgeleid als bosbouwkundige en heb geleerd te denken in lange termijnen. We oogsten wat onze grootouders hebben geplant. En we planten zodat onze kleinkinderen kunnen oogsten. Alleen al vanwege dat besef is bosbouw een heel belangrijk vak. Bij gebrek aan werk in de Nederlandse bosbouw komen veel bosbouwkundigen in andere beroepen terecht, ik ook. Maar dat lange termijn besef heb ik altijd gehouden.

Via natuur- en landschapsbeheer kwam ik in het agrarisch natuurbeheer terecht. Ik werkte met veel plezier voor boeren die zich inzetten voor een levend landschap. Voor planten, bloemen, vogels, vlinders, libellen en alle kleine zoogdieren die thuishoren op het boerenland. Veel boeren kunnen zich geen leven voorstellen zonder zwaluwen, kerkuilen en krabbescheer in de sloot.

Ik woonde op een boot tussen weilanden. En ik werkte voor de natuur in boerenland. Met hart en ziel zette ik me in voor een levend landschap waarin boeren voedsel produceren en daarmee een inkomen verdienen voor hun gezin. In mijn vrije tijd trok ik met mijn woonschip door Nederland. Ik leerde een visser kennen op de Waddenzee. En ik werd verliefd, zowel op Jan, de visserman, als op zijn traditionele Waddenvisserij.

De belangrijkste stap in mijn leven is dat ik mijn baan in het natuurbeheer heb opgezegd om visser te worden, naast Jan.

Het was superspannend. Ik gaf een goed vast maandloon op voor een onzeker beroep. Jan en ik werden samen totaal afhankelijk van wat de natuur biedt, onze eigen fysieke inzet en de wisselende prijzen op de visafslag. Maar er was een nieuw beleidsbesluit voor onze visserij met de titel “Vast en zeker”. Dus ik verwachtte in elk geval duidelijkheid en stabiliteit in beleid en regelgeving. En dat was hard, want al het andere in de visserij fluctueert.

De realiteit was helaas anders. De regelgeving bleek meer onberekenbaar dan het weer, de visstand en de marktprijzen bij elkaar opgeteld. Onze belangrijkste visplekken op het Oostwad werden gesloten gebied. Vanuit Lauwersoog (Groningen) verdaagden we naar Den Oever, (Noord-Holland) want in die omgeving mochten we nog op de droogvallende Wadplaten komen, waarvan we met onze traditionele vismethode afhankelijk zijn. Gelukkig is de visafslag in Den Oever super, met fijne behulpzame medewerkers. En we hadden snel leuk contact met onze Wieringer collegavissers. Op de kade bij de afslag werd “Goede Vissers” geboren, een informeel visserscollectief dat wordt ondersteund door een kleine stichting.

Ik ben nog altijd trots op onze traditionele Wadvisserij. Het is eerlijk werk in een fantastische omgeving. We vangen mooie vis waar de restaurantkoks en marktklanten erg blij mee zijn. Dat het zwaar werk is vind ik niet erg. En ook al voel ik dat ik ouder word, de kou en nattigheid kan ik nog steeds goed hebben. Maar de onzekerheid over of we volgend jaar nog wel kunnen en mogen vissen, dat went nooit. Integendeel, de continue stress over gebiedssluitingen en andere beperkingen valt me steeds zwaarder. We steeds opnieuw continue onze visserij verdedigen tegen de meest onzinnige beleidsvoornemens. Altijd als een bedreiging is overwonnen komt de volgende er alweer aan. Het is als een computerspelletje waarbij er steeds monsters op je af komen.

We moeten waakzaam zijn, kunnen niet rusten, mogen niet verslappen.

Niet dat we iets verkeerd doen op het Wad. Volgens velen zijn we een mooi voorbeeld van duurzame visserij zoals die thuishoort op de Waddenzee. Met ons Waddengoud keurmerk en Slow Food predicaat zijn we erkent onderdeel van het werelderfgoed. Maar dat we net als vogels en zeehonden ruimte nodig hebben om te vissen, dat lijkt de meeste kantoormensen te ontgaan.

De aanhoudende strijd om ons voortbestaan kost veel tijd, autokilometers en telefoonkosten. Maar dankzij de complimenten van de restaurants waar we onze vis leveren, en de blije klanten aan onze viskraam op de boerenmarkt weten we wel dat het de moeite waard is. Zonder die morele steun in de rug hadden Jan en ik het waarschijnlijk allang opgegeven. Maar nu gaan we door, telkens weer door. Weliswaar op geleende energie van anderen, maar we gáán. Nieuwe ideeën, nieuwe projecten.

Want zolang we niet gezonken zijn heeft het zin om te pompen. En stilstaan is geen optie.

Binnenkort krijgt het proeflokaal een zusje: Fileerlokaal ‘tAiland. In het fileerlokaal willen we samen met gasten vis fileren en verwerken. Het fileerlokaal is opnieuw een grote investering, naast het visserijbedrijf, de marktkraam en het restaurant. Een gewaagde stap. Maar noodzakelijk om de verhalen van de kleine kustvisserij te kunnen blijven vertellen. En noodzakelijk om meer mensen te betrekken bij wat er werkelijk gaande is in onze regio. We zijn met ons allen verantwoordelijk voor een rijke zee waaruit we goede vis kunnen oogsten. En wij willen graag samen met jullie van die vis genieten.

Na de Afsluitdijk is bijvoorbeeld de ansjovis uit de Noordzee verdwenen. Daarmee stortte ook een groot deel van onze kustvisserij en visverwerking in. Die verarming gaat nog steeds door. En de hele maatschappij wijst naar de vissers als schuldigen. Maar de verantwoordelijkheid voor onze kanalen, rivieren, meren en zeeën is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Vissers zijn niet verantwoordelijk voor zandopspuiting op het strand, dammen en dijken. En ook het visserijbeleid dat vaak verkeerd uitwerkt is niet door vissers gemaakt.

Het fileerlokaal is een nieuwe droom. Maar die kunnen we niet zonder hulp realiseren. De verbouwing is bijna klaar en het geld is op. Om de inrichting te bekostigen hebben we een voorverkoop campagne opgezet.

Je kan nu helpen door vis, soep, een cursus of een wadvistocht in voorverkoop te kopen. Met het geld doen wij dan de laatste investeringen. Zodat we er komende zomer samen van kunnen genieten. Het is een gedurfd plan. En wij zijn niet gewend om onszelf zo afhankelijk te maken van de hulp en sympathie van anderen. Maar we vertrouwen erop dat genoeg mensen er samen met ons voor willen gaan. Want de zee is van ons allemaal.

Top